/ Nederlands Film Festival


rss

'Happy End lastig ding om te maken'

Uitgegeven: 24 september 2009 11:51
Laatst gewijzigd: 25 september 2009 11:40

AMSTERDAM – De geest van Kitty Courbois, de bijzondere aanwezigheid van Rijk de Gooijer en Pierre Bokma die ‘fucking weinig’ te doen heeft. Regisseur Frans Weisz levert met de film Happy End zijn bijdrage aan het 28ste Nederlands Film Festival.

Weisz is er maar wat trots op. ‘’Maar ik ben nu alweer van plan een nog mooiere film te maken. En wil daar tot mijn laatste snik mee doorgaan. ‘Actie’ roepen en niet weten hoe het shot is geworden: de ideale sterfscene.’’

De Amsterdammer heeft hard moeten vechten voor het laatste deel van het drieluik, maar kijkt met een goed gevoel terug op de hectische montageperiode.

In een interview met NU.nl blikt de 71-jarige filmmaker met het rijke cv terug op Happy End, dat de opvolger is van Leedvermaak (1989) en Qui Vive (2001). ‘’Het is met ongelofelijk veel leed en niet zoveel vermaak in elkaar gezet’’, zegt Weisz met een knipoog naar het eerste deel. ‘’Het was een lastig ding om te maken. Van draaitijd tot montage; we hebben urenlang moeten overleggen over de kleinste details. Maar het was het allemaal waard.’’


Weisz houdt een dagboek bij. ''Om mezelf te temperen. Anders kan ik niet slapen.''

Weisz buigt voorover en probeert de kern van de film benadrukken. Het drieluik gaat over de liefde en het leed van een door de oorlog getekende groep mensen. In de slotfilm draait het allemaal om de doodzieke Simon (Peter Oosthoek), die op relationeel vlak een bijzondere rol heeft in de familie.

De hoofdvraag in de film is: er balanceert iemand op het randje van de dood en wat moeten we doen? ‘’De tweede rode draad is de jeugd, die opgroeit met ‘geheimen’. Al is het maar de totale ontkenning van het verleden van hun ouders en grootouders. Simon’s zoon Isaac zingt in de film letterlijk: ‘Te zijn of niet te zijn. Dat is voor ons geen vraag’.’’

Acteurs

De regisseur kon voor Happy End weer beschikken over dezelfde groep gerenommeerde acteurs waar hij de twee eerder titels mee maakte. ‘’Wat de film voor mij bovengemiddeld maakt is de kwaliteit van de cast. Die acteurs zijn echt allemaal geweldig, een Koninklijke Cast.’’ Naast de eerder genoemde sterren is ook voor Edwin de Vries en Catherine ten Bruggencate een belangrijke rol weggelegd.

In de eerste twee films was er een belangrijke rol weggelegd voor Bokma, die in 1989 een Gouden Kalf kreeg voor zijn rol als bruidegom. In Happy End richt de schrijver zich vooral op de andere karakters. Weisz: ‘’Tijdens de repetities voor Happy End zei ik tegen hem: ‘Pierre, je hebt deze keer echt fucking weinig te doen. In Qui Vive ga je weg bij je vrouw en ga je weer terug naar je eerste vrouw, vertrek je naar je onderduikadres en sta je tenminste nog te kotsen nadat je bij Westerbork bent geweest.’’’

In het derde deel ligt de nadruk meer op de jongere generatie, vertelt de regisseur. ‘’Die hebben de hedendaagse dilemma’s, leven met geheimen. De oudere generatie probeert zo lang mogelijk met de nagels aan het leven vast te houden. Daar gaat het óók over.’’

Voorkennis niet nodig

Vervolgverhalen vereisen doorgaans een flinke dosis voorkennis van de kijker. Volgens Weisz is het voor Happy End niet per se nodig Leedvermaak en Qui Vive in het geheugen te hebben. ‘’Ik heb daar ook niet op gelet tijdens het maken van de film. We hebben er alles aan gedaan om het een autonome film te maken. De acteurs hebben een verleden dat ze zichtbaar met zich meedragen. Dat merk je vanaf de eerste minuut.’’

Wel is Happy End een film die een bepaalde doelgroep opzoekt. ‘’Het is een film voor de unhappy few. Je moet wat dieper willen gaan, van het type film houden. Ik kan me voorstellen dat mensen denken van: ‘Ik ga naar Tarantino, in plaats van zo’n complexe film.’’’

Sleutelzin

In Happy End voeren de hoofdpersonen veel gesprekken over familiebanden en afscheid nemen. ‘’Als Lea (Catherine ten Bruggencate, red.) zegt: ‘Als jij dood gaat, vallen wij allemaal als kralen op de grond uit elkaar, ‘ ervaar ik dat als een gouden zin, een ‘sleutelzin’ voor het verhaal.

De trilogie, die gebaseerd is op toneelstukken van Judith Herzberg, kenmerkt zich door de diversiteit aan verhaallijnen. Weisz wil het woord soap niet horen. ‘’Het is een mozaïekvertelling.’’


Weisz neemt het script door met Rijk de Gooijer

De scriptschrijver laat bewust veel verhalen door elkaar lopen. ‘’Rijk de Gooijer zei na Qui vive: ‘Dit is GTST op z’n joods.’ Dat ben ik niet met hem eens, maar ik vind het wel mooi omschreven.’’

Oorlog

Wat de drie films naast de cast als overeenkomstig kenmerk hebben, zijn de gesprekken over joden. De filmmaker vindt dat bij deel 3 juist erg meevallen. Bedachtzaam roerend in zijn koffie zoekt hij naar de juiste woorden.

‘’Het gaat altijd over de oorlog, zelfs als het niet over de oorlog gaat. In eerste, tweede en derde instantie gaat het over mensen en in vierde instantie gaat het misschien over joodse mensen. Iedereen heeft een alibi om ongelukkig te zijn. Bij de joden is het wat eenvoudiger want die kunnen steeds die Holocaust aanwijzen.’’

Judith Herzberg

Leedvermaak, Qui Vive en Happy End zijn gebaseerd op toneelstukken van Judith Herzberg. ‘’Judith is geniaal’’, vindt de enthousiast vertellende Weisz. ‘’We hebben ruzie gehad over de titel. Ook al bestaan er al veertien andere films die Happy End heten; het kan me niet schelen. Deze film heet Happy End en ik had hem eigenlijk Happy End afkloppen willen noemen.’’

Weisz legt uit dat het niet makkelijk is personages van het toneel op de juiste wijze naar het witte doek te brengen. ‘’Het zijn Judith’s mensen. Alle acteurs zijn door haar beademd. Ook de jongeren, maar ik heb er bewust voor gekozen populaire opmerkingen als ‘Vet cool’ en ‘ff chillen’ niet te gebruiken, want het is wél Judith. Die woorden komen in haar vocabulaire niet voor.’’


De regisseur in overleg

‘’De verantwoordelijkheid om haar kinderen te beschermen heb ik met ongelooflijk veel zorg op me genomen. Judith roept telkens dat ik de enige ben die werkelijk niets van haar werk begrijpt. En dan heeft ze dus vette pech gehad’’, lacht Weisz cynisch, ‘’want we werken al 35 jaar samen.’’ De regisseur is er van overtuigd dat Happy End dichter bij de toneelmaakster staat dan hij ooit had kunnen denken. ‘’Dat is een compliment aan haar, aan haar dialogen.’’

Beste film

Is Happy End zijn beste film? ‘’Op dit moment zeg ik ja, maar ik ben nu alweer van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat een storyboard aan het maken en ik merk dat ik daarop behoorlijk verliefd aan het worden ben. Het wordt een kerstfilm.’’

‘’Ik hoop dat ik een keer actie roep en geen idee heb hoe het afloopt’’, sluit de bevlogen filmmaker het interview af. ‘’Dan is het echt een unieke film.’’ Over een Gouden Kalf denkt hij niet na. ‘’Als Happy End maar een Gouden Kalf-publiek krijgt.’’

© NU.nl/Dennis van Luling
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken

Overzicht Filmfestival

Voor het laatste filmnieuws ga je naar NU.nl/film

Volg het NFF op Twitter

nubijlage.nl is onderdeel van de Sanoma Media Netherlands groep