/ Winter


rss

Nieuwe wintersporten: Hoe en wat? (2)

Uitgegeven: 9 maart 2009 12:17
Laatst gewijzigd: 9 maart 2009 16:17

Wintersport is tegenwoordig meer dan alleen skiën, langlaufen of snowboarden. De laatste jaren zijn er in de skigebieden tal van andere sneeuwsporten ontstaan. Maak kennis met snowraften, snowbiken en zipflying.

Bobsleeën: In Innsbruck en in La Plagne kun je een rit maken met een bobslee over de Olympische bobbaan.

Deltavliegen: Een ongemotoriseerde vorm van luchtvaart. In een harnas hang je op je buik aan een groot zeil. Beginners kunnen meevliegen met een ervaren piloot. Dit wordt een duo-vlucht genoemd.

First Flieger: Een ritje is te vergelijken met een neergaande eenpersoons stoeltjeslift die op hol is geslagen. Je hangt 45m boven de grond en met 90 km/u dender je naar beneden.

IJsduiken: Met droogpak en duikuitrusting aan daal je af in een wak. Via een touw kun je altijd de weg terug vinden naar het wak. IJsduiken is een aparte belevenis. Het is een spannende ervaring om onder het ijs te duiken. De wereld boven water lijkt dichtbij, maar is door het ‘plafond van ijs'  ver van je vandaan.

IJsklimmen: Het beklimmen van opstaand ijs. De pro's doen dit op bepaalde delen van gletsjers of op bevroren watervallen, de zogenaamde ijsvallen. Het ijsklimmen kan voor de minder ervaren alpinisten behoorlijk gevaarlijk kan zijn, omdat er grote stukken ijs kunnen afbreken. Mensen met weinig of geen ervaring kunnen het beste (leren) ijsklimmen op een kunstmatige ijsval.

Monobob: In La Plagne kun je een rit maken in een éénpersoons monobob, een soort luge. Op je rug raas je met 90 km/u door de Olympische bobsleebaan van de Spelen van 1992 in Albertville.

Nordic Walking: Nordic walken is afgeleid van het langlaufen. Terwijl je loopt zet je met je armen af om extra vaart te maken. Door de stokken te gebruiken neem je automatisch een natuurlijke loophouding aan, waarbij je alle spieren in je lijf aanspant.

Paragliden: Net als deltavliegen een ongemotoriseerde vorm van luchtvaart. Het paraglidescherm lijkt op een parachutescherm, maar is langer en smaller. Door het glijscherm te vullen met lucht (aan de voorkant is hij open) zal deze de vorm van de vleugel aannemen.  Paragliders maken gebruik van thermiek om te kunnen vliegen.  Paragliders zijn wendbaarder dan deltavliegers. Beginners kunnen meevliegen met een ervaren piloot. Dit wordt een duo-vlucht genoemd.

Rodelen: Niet nieuw meer, maar altijd leuk! Met een traditionele houten slee daal je af over een bospad. De leukste rodelafdalingen maak je in de avond over een verlicht pad.

Sneeuwschoenwandelen:  Met speciale schoenen, die eruit zien als grote tennisrackets, loop je door de diepe sneeuw.  De tochten door het winterlandschap leiden je naar plaatsen waar gewone wandelaars niet (kunnen) komen. 

Snowbiken: Een soort fiets met ski's in plaats van banden. Sturen doe je met een stuurtje en met je voeten. Snowbiken is eenvoudig te leren, na een korte instructie kun je al de piste af. Het is zelfs mogelijk om door de poedersneeuw te snowbiken. Dit kost veel minder inspanning dan skiën of snowboarden, omdat de knieën en bovenbenen niet worden belast. Snowbiken is een goed alternatief voor mensen met knieproblemen.

Snowkiten: Het snowkiten is afgeleid van het kitesurfen. Met een vlieger (kite) laten snowboarders en skiërs zich voortrekken over de sneeuw.

Snowrafting: In plaats van op het water daal je met een raft af over de sneeuw. 

Snowtubing: Op een opgeblazen binnenband van een auto de pistes afglijden. In enkele plaatsen zijn speciale parcoursen met opgehoogde bochten en kleine schansen.

Sneeuwscootertocht: Vooral in Scandinavië kun je mooie tochten door onherbergzame gebieden maken. Verhuurders in de Alpen bieden vaak alleen racemogelijkheden aan, die meer weg hebben van go karting. Een rit op een sneeuwscooter geeft een gevoel van macht.  De machine van 300 kilogram beschikt over 80 pk en kan een topsnelheid behalen van 100 km/u.

Sneeuwzeilen: Met dunne zeilen, die aan knieën en armen bevestigd zijn, gebruikt je de wind om snelheid te maken, te remmen en van snelheid te veranderen.

Speedfly / speedracing: Het lijkt op paragliden op ski's. Speedflying of Speedracing is een jonge adrenaline sport, waarbij je op je ski's met een glider over de sneeuw suist. Het scherm is iets kleiner dan het scherm van een paraglider. Aan het scherm zitten lijnen die bediend worden met twee ‘handvaten'. Sturen is simpel; wil je naar links dan trek je aan het linkerhandvat, voor een bocht naar rechts trek aan het rechterhandvat.

Zipline: Ingesnoerd in een harnas daal je af aan een kabel. Op een goede dag kun je snelheden behalen van zeventig kilometer per uur, terwijl je op zestig meter hoogte van de grond zweeft.

Zip Rider: Gelijk aan First Flieger. Zip Rider is de Amerikaanse benaming.

Zorbing: In een grote doorzichtige bal rol je van de berg. De zorb bestaat uit een grote buitenbal en een kleinere binnenbal die met kabels aan elkaar zijn verbonden. De lengte van een zorbingbaan bedraagt gemiddeld 200 meter met een helling van ongeveer 30°. Na een paar stappen (zoals een hamster in een hamsterkooi) rolt de zorb van het platform en de zwaartekracht doet de rest. Naast rechte afdalingen bestaan er ook zigzag afdalingen. De maximaal haalbare snelheid ligt rond de 50 á 60 km/u.

© NUbijlage / Roelien Luijt

© NUsport
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken

Top 10 aanbiedingen

 

nubijlage.nl is onderdeel van het netwerk van de ilse media groep bv. 2009